Troosttaart
Van "Deel je verhaal: het gezicht van corona"
Ga naar het project

Ik wil schreeuwen, mijn mond wagenwijd opendoen en gewoon es lekker tekeer gaan maar als ik mijn mond opendoe zijn er bosjes mensen die daar bang van worden. ‘Doe die mond maar heel gauw dicht’, zeggen ze dan, ‘hop, bind er een lapje voor, er komen allemaal ziekmakende virussen uit die enge opening.’
Als ik op straat loop en mijn kinderen of vrienden zie en ik met ze wil praten of ze even vast wil houden, zijn er massa’s mensen die dat onverantwoordelijk van me vinden, zelfs lieverds die ik tot mijn vrienden reken.
‘Blijf op afstand, Margriet,’ wordt er veroordelend gezegd, ‘minstens anderhalve meter want jij zou ze kunnen besmetten met je dwaze gedrag of zij jou. Denk aan anderen, denk aan de zieken in de ziekenhuizen, je bent een grote egoïst met je drang naar vrijheid, luister nou toch gewoon eens een keer.’
Als ik moet niezen word ik naar huis gestuurd en moet ik een wattenstaaf tot in mijn hersens laten duwen en binnen blijven, onder de wol kruipen en mijn eten onder de deur door laten schuiven. Hoe moet dat dan als ze me appeltaart met slagroom willen geven, dat lukt toch nooit! Dat wordt een kliederboel en juist als je niezerig en zwakjes bent is taart hard nodig.
Nog even en we worden zelfs ‘s avonds na achten verplicht tot binnen zitten en als ik moet gillen van al deze idioterie word er gezegd dat ik me niet zo aan moet stellen omdat ik gewoon eens mee moet leren doen met de massa en dat ik asociaal, eigenwijs en bovendien zeer onverstandig ben.
Ik moet ervan huilen, jongens, maar dat is waarschijnlijk ook iets heel erg engs en smerigs want tranen zijn sappen en in sappen zit ook allerlei engigheid, dus niet huilen, niet huilen, niet huilen potverdorie nog aan toe.
Er wordt gedaan alsof het oorlog is en alles en iedereen een gevaar voor zichzelf en rest van de samenleving is. Dus geen kunst meer kijken, geen theater meer bezoeken, geen boeken meer halen, geen bioscoopbezoek, geen frisse lucht meer happen, geen cursus meer volgen, geen kusjes meer geven of krijgen, geen verjaardagen meer vieren, geen sport meer beoefenen, geen familiebezoeken meer organiseren, geen etentjes meer regelen en ga-zo-maar-door.
Ik weet niet precies hoe het wél moet en ik ben ook niet deskundig op het gebied van virussen en beslissingen, maar zeer zeker wél op het gebied van mijzelf. En ik weet heel erg zeker dat deze belachelijke, overdreven en buitenproportionele maatregelen niet goed zijn voor mij. Ze tasten mijn persoonlijke vrijheid, mijn bewegingsruimte en mijn levensvreugde aan en daar ben ik diep, diep, diép verontwaardigd en bedroefd over. En ongerust. Zo’n beetje alles tegelijk ben ik vandaag maar het kan best zijn dat dat op zich ook weer heel! erg! gevaarlijk! is! dus blijf maar beter even uit mijn buurt. Ik zal de gordijnen sluiten en de deur op slot draaien zodat ik niemand in gevaar breng of besmet met ideeën, snot of wat voor secreten ik dan ook heb.
