‘Na vijf weken zaten we middenin een crisis’
Van "Deel je verhaal: het gezicht van corona"
Ga naar het project

Thea Visser (48) werkt sinds 1 februari op het secretariaatzorgmanagers bij Ziekenhuis St Jansdal. Daarvoor was ze vijf jaar office manager bij een makelaarskantoor. Nog tijdens haar inwerkperiode werd Nederland overvallen door het coronavirus en werd het ziekenhuis het corona crisiscentrum voor de regio. ,,Ik heb de afgelopen maanden ontzettend veel geleerd.’’
De makelaardij had ze na vijf jaar in alle facetten meegemaakt, van huizencrisis tot op de huizenmarkt. Thea Visser uit Harderwijk was toe aan iets nieuws. ,,Ik had de makelaardij eigenlijk wel gezien en wilde heel graag in de zorg werken en dan vooral in een ziekenhuis. Onze zoon heeft in 2017 een auto-immuunziekte gekregen en maandelijks kom ik met hem in het St Jansdal. Veel mensen denken bij een ziekenhuis aan kommer en kwel, maar elke keer als ik hier kwam, dacht ik dat het toch heerlijk moest zijn als ik hier mocht werken. De medewerkers zijn vriendelijk en we worden altijd goed geholpen. Daar wilde ik graag onderdeel van zijn.”
In september reageerde ze op een vacature en mocht op gesprek komen. ,,Dat was voor het secretariaat hoofden zorg, maar ik ben het niet geworden. Toen er in november weer een vacature kwam, was ik bang dat ik afgewezen zou worden. Maar een oud-collega van mij zei dat ik het wel moest doen. Ze vond het echt een functie voor mij en ik zou ook heel goed in het team van de andere secretaresses passen. Ik heb gesolliciteerd, werd uitgenodigd en kreeg de baan. Formeel ben ik sinds 1 februari managementsecretaresse voor zorgmanagers Nanno (medisch ondersteunende diensten) en Myra (cluster snijdend).”
Haar dagelijks werk bestaat uit afspraken plannen in agenda’s voor interne en externe overleggen en het notuleren en voorbereiden van vergaderingen. Doordat de zorgmanagers haar veel bijpraatten en betrokken bij projecten, voelde Thea zich snel thuis in haar nieuwe baan.
Vanaf 27 februari 2020 werd alles anders toen in het St. Jansdal het eerste coronaoverleg plaatsvond. ,,Corona was toen nog niet in Nederland, maar wel in Italië. Wat zou het betekenen als het toch hier zou komen? En als er een patiënt in dit ziekenhuis wordt opgenomen, hoe gaat die dan in isolatie? Het begon met een klein infectie beleidsteam van vijf a zes man, met o.a. infectiepreventie en de arts-microbioloog, wat twee keer per week bij elkaar kwam. Twee dagen later, op 29 februari, hoorden we dat ook in Nederland de eerste coronapatiënt was.”
Daarna ging het snel. Op 5 maart vergaderde er voor het eerst een groot beleidsteam van 20 mensen in de Dageraitzaal. ,,Artsen haakten aan. Die week kwamen ook de eerste coronapatiënten in het ziekenhuis en vanaf 9 maart werd er dagelijks vergaderd, twee keer per dag. ’s Ochtends door het OT (Operationele Team) met o.a. hoofd IC en spoedeisende hulp, kliniek, voor de dagelijkse gang van zaken en ’s middags door het CBT (Crisis Beleidsteam) met de Raad van Bestuur en MT-leden voor de besluitvorming. Mijn rol was alles vastleggen in verslagen en ik moest veel voorbereiden voor overleggen. Doordat mijn collega ziek werd, heb ik vanaf 2 maart negen dagen achter elkaar gewerkt en dus ook in het weekend. Om 8.00 uur begon ik en om 18.00 uur ging ik weer naar huis. Na die negen dagen was ik compleet gesloopt. Alles was nog nieuw, ik was nog bezig mijn weg te zoeken. Het was hectisch en dat vrat energie. Op een gegeven moment zeiden ze ‘je moet even afkicken’. Dat verantwoordelijkheidsgevoel zit in mij, dat was bij het makelaarskantoor net zo.”
In het ziekenhuis zag Thea van alles om zich heen veranderen. ,,We waren begin februari als secretaresses getraind op hoe je moet functioneren in een crisis, maar niemand had voorzien dat we er vijf weken later middenin zouden zitten. We hebben veel geplande zorg laten vallen, alleen de spoedeisende hulp en oncologische zorg zijn altijd doorgegaan. Er was veel corona op de Veluwe en het was hier ook echt vol en druk vergeleken bij andere ziekenhuizen. We hadden hier op het hoogtepunt wel 98 coronapatiënten liggen, waarvan 86 in de kliniek. De Intensive Care is ook heel erg opgeschaald, van 8 naar 15 bedden. Op de IC lagen alleen nog maar mensen met Covid.”
Ze werkte afwisselend thuis en in het ziekenhuis. Vergaderingen gingen al snel digitaal. ,,Ik moest dan de vergadering opstarten met het programma Webex.”
Spannend
De eerste golf heeft veel indruk op haar gemaakt. ,,Er gingen patiënten naar Duitsland en het was heel heftig om te zien dat ze met een helikopter werden opgehaald, omdat ze niet meer in een ambulance vervoerd konden worden. Corona was ver van mijn bed tot ik zo’n helikopter zag landen, dat deed wat met me. Ook indrukwekkend was de stilte in het ziekenhuis tijdens de eerste golf. Normaal zie je altijd patiënten en bezoek, maar nu was het ziekenhuis zo goed als leeg.”
Tijdens de eerste golf was er een tekort aan beschermingsmiddelen. ,,Er werd in het OT letterlijk gezegd dat we nog maar voor een paar dagen mondneusmaskers hadden. We deden een oproep op Facebook voormondneusmaskers en schorten en van bouwmarkten tot schilders werd hier spontaan van alles gebracht. De periode was wel heel spannend.”
Na een rustige zomerperiode wordt er vanaf 1 oktober weer wekelijks vergaderd door het OT en CBT. Bij de tweede golf is de situatie wel anders. ,,We hebben als ziekenhuis veel geleerd van die eerste golf en er is nu een draaiboek. Er lopen nu weer veel meer mensen en de andere zorg gaat ook door.’’
Thea doet inmiddels het werk voor het cluster Snijdend waarvoor ze is aangenomen. Ze is op haar plek in het StJansdal: ‘een superleuke baan in een heel interessante omgeving’. ,,Ik heb in korte tijd heel veel mensen leren kennen, dat maakt het ook hartstikke gaaf. Juist in deze hectische periode stond iedereen met de neuzen dezelfde kant op en zette de schouders eronder. Dit is een middelgroot ziekenhuis en de onderlinge sfeer is echt heel goed. Of het de schoonmaakster, secretaresse of manager inkoop was; iedereen heeft keihard gewerkt. Ik heb geen zorgfunctie, maar ook als secretaresse kun je je steentje bijdragen. Door verslaglegging kan een ander ook weer verder. We waren er altijd. Ik kan deze fijne organisatie dan ook iedereen aanraden.
Interview: Marco Jansen
